Dat het betert weet ik ondertussen. Maar in week twee en drie was elke vorm van rationaliteit even zoek als slaap. Nu we richting week vier gaan, lijkt die helse periode alweer ver weg. Een vage nare droom. Van toen ik nog een onervaren mama was. Misschien moet ik me er wel voor schamen. We hebben helemaal geen moeilijke baby. Jochem is vier weken thuis. We hebben geen last van te veel bezoek op ons eiland. Een fantastische vriendin bracht elke avond een heerlijke maaltijd. En toch ging het niet.

Ook al merk ik dat ik niet de enige ben die overdonderd was door deze fase, wil ik dat jullie bij elke zin "in mijn geval" erbij denken. Niks zo ergerlijk als veralgemeningen en nieuwe mama's nog meer laten twijfelen of wat ze voelen wel normaal is. Er is van alles, maar geen norm. Je wolk kan roze of grijs of driehoekig zijn. Er moet zelfs helemaal geen wolk zijn. Je mag blij zijn. Je mag hele dagen huilen. Of een combinatie. Iedereen is anders.

Week één was ook zwaar. Wat had ik die graag in een goed ziekenhuis in België doorgebracht! In plaats van met zware bloedarmoede 24 uur na de bevalling zonder kraamhulp thuis te zitten. Ik sliep niet. Niks. Maar de hormonen doen hun werk. Het ging. Net. Week twee pikte dat niet meer. Ik was een wrak. Alles was een reden om te huilen. Er stroomden evenveel tranen als melk. Meestal stroomden ze samen. Ja. Ik denk dat borstvoeding de grootste oorzaak van mijn hel was. Zoveel pijn. Maar echt. Zoveel pijn. En kloven en blaren en bloed. En een grote baby met veel dorst. Zelfs als ze er niet aan dronk, voelde het als derdegraads brandwonden. We gingen naar vier verschillende specialisten. Wat was ik graag in België geweest waar je tien consultaties terug betaald krijgt. Niemand kon echt de oorzaak van de pijn vinden. Maar het kind kwam bij. Kakte goed en was blij. Dus we beten door. Letterlijk. Tip. Steek bij het aanleggen nooit je tong of lip tussen je tanden! Non-stop op maximum dosis pijnstillers. Nog steeds. Hoe kan zoiets natuurlijks als borstvoeding bij zoveel vrouwen voor zoveel pijn en wanhoop zorgen?

Dat ik in de vorige alinea twee keer naar België verlang, is exact hoe vaak per uur ik op het punt stond terug te komen. Nee. Mijn borsten zouden daar niet minder pijn doen, ik zou er niet meer slapen. Maar ik zou er ten minste niet constant geconfronteerd worden met een gezondheidssector die heel erg ziek is. Hoe is het verdomme mogelijk dat ik in zo een rijk land absoluut geen vertrouwen heb in de mensen, die als het erop aan zou komen, mijn kind moeten helpen. Nee. Das niet eerlijk om het op de mensen te steken. Het is het systeem. Want sommige vroedvrouwen en dokters die in dat systeem moeten draaien, zijn helden. Sommige. Veel zijn raar, slecht of dement. Welk land bespaart er zo onsubtiel op levens. Overdrijf ik? Vaak wel. Nu niet. Dit artikel verscheen vorige week. In het ziekenhuis waar Mira werd geboren, stierven er de afgelopen twee jaar VIJF moeders! Had ik dit voor mijn horror bevalling gelezen, was het nog een groter trauma geworden. Geen enkel apparaat werkte. De vroedvrouw die de nachtshift deed, was het raarste mens ooit. Ze spoot me plat met verdoving. Jochem moest haar erop wijzen dat de monitor niet werkte. De reden dat ik aan de monitor lag, was Mira haar hartslag die af en toe wegviel bij een wee. Toen ik een liter bloed verloor, maakten ze alles klaar voor een bloedtransfusie, maar die ging om een duistere reden niet door. Na de bevalling belandde ik op een zaal met nog 60 andere verse mama's. Gescheiden door een gordijn dat net rond het bed paste. Het was er 32 graden. Vier WC's voor 60 vrouwen wiens bekkenbodemspier het laat afweten. Goor! 's Nachts hoor je vanachter de 60 gordijntjes of een baby krijsen of een gammel wiegje piepen. De vroedvrouwen daar waren lief. Maar heel erg onderbemand! Dus aandacht kregen we niet. We wisten niks! En Mira had geen handleiding. Kraamhulp bestaat niet. Wel komt er af en toe een vroedvrouw naar je huis om haar te wegen. De eerste twee keer was het een demente vrouw. Ik was aan het borstvoeden toen ze binnenkwam. En op de twintig minuten dat ze er was, vroeg ze vier keer of ik borstvoeding gaf. Op dag drie, de dag van de babyblues, kwam ze ook. Vertelde me dat Mira te geel was, dat ze te veel afviel en dat mijn borsten ontstoken waren. Zonder oplossingen of raad was ze weer weg. En je hebt hier geen huisdokter zoals in België. Je weet niet naar waar je moet voor welk probleem. Je hebt geen vertrouwenspersoon. Geen vertrouwen. Ik heb echt elk nummer dat ik vond huilend gebeld. Plots had ik een Nederlandse vroedvrouw aan de lijn die me troostte. En ze vertelde me dat ze al dertig jaar vroedvrouw in Londen is en dat het de laatste jaren te schandalig voor woorden is. Dat ze me snapte. Oef. Voorlopig gaat alles goed met Mira. Oef. Maar het blijft in mijn hoofd zinderen dat dit ongezond gezondheidssysteem de reden voor mijn terugkomst zal zijn.

Sorry. Dat was niet helemaal on topic. Ik denk dat ik mijn bevalling nog niet helemaal verwerkt heb. Kut!

Maar dus. Week twee en drie. Geen slaap. Heel veel pijn. Heel veel pillen. Meer dan 12u per 24u een kind aan de borst. Absoluut geen vertrouwen in enige vorm van hulp. Ouders, zussen en vriendinnen veel te ver weg. 

Een vriendin gaf het goedbedoelde advies om alles te beperken tot voeden, slapen en zelf eten. Maar die drie dingen lukten dus al niet op 24uur. Met twee personen. Zo raar. Zo wazig. En elke vorm van relativering ontbrak. Alles leek voor altijd. De rest van mijn leven pijnlijke borsten. En een kind dat eraan hangt. Nooit meer slaap. Nooit meer tijd. Nooit meer een warme warme maaltijd. Nooit meer spontaniteit. Ik zou vast al mijn vrienden verliezen. En uiteraard zou mijn lief me verlaten. 

Ik had spijt. Hoe kon ik zo dom zijn te denken dat ik een mama kan zijn. Hoe kon ik dit kind het aandoen haar mama te zijn? Een vriendin vertelde me dat ze zwanger was. In mijn gedachte was ik boos op haar. Had dan toch gezegd dat je nog een kind wilde, je had Mira kunnen hebben. Daar zou ze het vast veel beter hebben. "Ik kan dit niet" snikte ik.

En dan plots gaat het beter. 

Na een paar dagen elke minuut potentiële slaap te benutten. En toe te geven aan een kind dat op je slaapt in plaats van in haar hippe wieg. Een mens heeft slaap nodig. Langzaamaan kwam er weer een horizon, perspectief, zelfvertrouwen. Zelfs humor. Ik werd weer een beetje mens. Zelfs mama. 

Na gesprekken over borsten en flessen. Waarbij ik herinnerd werd aan de mening van mijn rationele zelf van voor de bevalling. "Borstvoeding is beter en ik wil het serieus proberen, maar niet ten koste van alles." Maar het was ten koste aan het gaan van het allerbelangrijkste. Liefde. Van het moment dat ik dit besefte, dat flesjes een optie werden, ging het mentaal stukken beter. Nog steeds geef ik borstvoeding. Steeds liefdevoller. Maar de poeder staat klaar. En als ik opgeef, zal het met opgeheven hoofd zijn. Eerlijk. Zelfs als borstvoeding ooit pijnloos wordt, blijven flesjes een positieve optie. Ik denk dat ik iemand ben die haar lichaam en enige vorm van leven binnenkort terugwil. Over een week? Maand? Drie maanden? Zes maanden? Jaar? We zien wel.

Na me te bekeren tot het fases-denken. Het is een fase. Het gaat over. Er komen betere tijden en slechtere tijden. Eventjes ondergaan en overleven. Moeilijk voor een controlefreak als ik. De ene dag slaag je erin alle drie gewassen te zijn, bezoek te ontvangen, koffie te drinken, het huis op te ruimen en zelfs lipgloss aan te doen. De dag erna probeer je de hele dag tevergeefs je tanden te poetsen.

Maar vooral na dat die gigantische onzekerheid minderde en we durfden te vertrouwen dat ook wij best wel goede ouders zijn. We weten nu dat een baby niet sterft als ze eventjes huilt. Dat wiebelen, zingen en een draagdoek wonderen kunnen verrichten. We merken het verschil tussen een klustervoeding, een vicieuze cirkel van koppig blijven dooreten bij krampjes, en zomaar tutten. We durven met Mira in bed te slapen. We weten nu dat er veel meningen zijn en dat er echt niks is waarvan niemand beweert dat het geen groot risico inhoudt.

Bon. Week twee en drie zijn voorbij. Ik snapte niet dat niemand me hiervoor had gewaarschuwd. Ik ben in staat mezelf een standbeeld te geven. Zo trots dat ik het overleefde. Maar ik moet toegeven dat het moeilijk is me te herinneren en omschrijven wat er nu precies zo hels was. Ik denk de onzekerheid. Nu al is het niet meer meer dan een vage nachtmerrie. En betrap ik me zelf al op de gedachte dat ik deze babytijd ooit ga missen. Ze is zo schattig. Zo mooi. Haar geluidjes en gezichtjes zijn hilarisch. En als ze lacht...

3 Comments