"Ja! En dan gaan we een blog bijhouden!" is er eentje uit de lange lijst van haha-wat-waren-we-naïef-met-ons-romantisch-zeemzoet-beeld-van-ouderschapsverlof. Één keer per week met mes en vork eten is de nieuwe definitie van een feestmaal. Een online bestelling plaatsen, is een meerdaagse activiteit. Deze blogpost werd op mijn telefoon getypt, verspreid over meerdere nachtelijke voedingen. Kortom. De momenten dat beide handen vrij zijn, zijn op die ene vrije hand te tellen. 

In de vorige blogpost over de helse week twee en drie liet ik al weten dat week vier een grote sprong vooruit was en vatte ik het samen als "De ene dag slaag je erin alle drie gewassen te zijn, bezoek te ontvangen, koffie te drinken, het huis op te ruimen en zelfs lipgloss aan te doen. De dag erna probeer je de hele dag tevergeefs je tanden te poetsen..". 

 

Dit is de perfecte omschrijving van week vier tot en met acht. Jochem ging terug aan het werk. Mira die door reflux absoluut niet op haar rug wilde liggen en de rugby voedingshouding die enkel in bed kan gebeuren, zorgde ervoor dat Mira als een aapje op mijn buik leefde. Jochem zette 's morgens mijn boterhammen naast mijn bed en vaak was het volgende dat ik in mijn mond kon stoppen, het avondeten dat hij kookte. Mijn leven was zo groot als de reikwijdte van mijn armen. Alles daarbuiten was een andere onbereikbare planeet. De draagdoek was mijn redding. Aapje blij. Ik koffie. Soms sprong ik met Mira in de draagdoek op een random bus. De enige manier om haar in slaap te krijgen. En zo ontdek je steeds meer trucjes en knopjes. Stuiteren op de gymbal. 'Over The Rainbow' zingen. Kinderen voor Kinderen kijken. Spiegels (danku Larisa). Schaduwen. Steeds vaker maakte mijn paniekreactie van te voeden plaats voor vertrouwen in mijn mama-instinct. Ik kreeg haar rustig zonder mijn borst. Zelfs aan het lachen! De boertjes kwamen eruit. De melk bleef binnen. Vrolijk aapje.

Het einde van de reflux was het begin van dingen die op de rug gebeuren. Wandelwagen, wipper en mobiel werden mijn beste vrienden.

Dus sinds week 3 gaat het beter. Sinds week 8 gaat het heel goed. Maar het blijven fases. Op en neer. Zo was er mijn griep en bronchitis met hoge koorts en Mira haar snotneus en inentingen. Zo begon ik maandagochtend super enthousiast wegens Mira die ein-de-lijk in haar mand sliep. In blokjes van drie uur. Om huilend te gaan slapen omdat mijn borsten plots melk spuiten. Mira terug reflux. Mijn tepels weer naar het pijnniveau van de begindagen. Net als de pijn down under waar wonden opensprongen door mijn hoestbuien. En de dokter die belde dat er waarschijnlijk nog iets in mijn baarmoeder achter bleef. Fases. Fases. Fases.

Langs de ene kant wil je dat het snel gaat, maar er is ook een kant waar ik de tijd wil stil zetten. Ik ben zo verliefd. Op dat klein monstertje. Op haar vader. Exponentieel veel op die twee samen. Haar geluidjes. Haar gezichtjes. Haar vingertjes rond de mijne. Haar ontdekkingen. Ook al gebeuren die midden in de nacht. Van 1am tot 5am kijken hoe je aapje haar handen ontdekt, blijft heerlijk. Rood is haar lievelingskleur. Ze praat flirterig tegen alles wat rood is. Wij bestaan dan niet meer. Haar lachjes. Daar doe je het voor. Naast de juiste kleur kaka, zijn haar lachjes de enige feedback dat je goed bezig bent. Dan gloei ik van trots en kan de wereld of haar pamper ontploffen. 

Plofpampers, snotzuigers, spuitborsten. Zoveel dingen die ik niet wist en niet kende. Ik zag en hoorde wel al veel fragmenten van de ups en downs van babies van familie en vrienden. Maar dat zijn stukjes. In de verste verte zag ik niet aankomen dat al die stukjes in één keer op je afkomen in een razendtempo. Er is even helemaal niks anders dan een kolk van nieuwe ervaringen en emoties. Dat is heftig. Je leeft in een cocon ten dienste van dat wezentje. Je eigen leven verdwijnt. En dat staat haaks op wie ik was en waar Fiona Mandos voor stond. Dat is soms verdomd moeilijk. Dan zou ik mijn borsten even aan Jochem willen geven en een dag gewoon slenteren en bubbelen in mijn eigen bubbel. Of slapen. En slapen. Veel slapen.

Op naar maand drie. Die we zullen vieren in België en Nederland. Wat kijk ik daar naar uit! Nog nooit verlangde ik zo hard naar onze families. Tot snel! 

1 Comment